Ferdinand Grapperhaus is hoogleraar Europees arbeidsrecht, Kroonlid van de Sociaal Economische Raad, Partner bij Allen & Overy, vader van vier, voetballiefhebber, ...

Lees meer

Gepost op 21 december 2015

Kerstverhaal in Nederland

Voor het eerst heb ik een tegenvaller met mijn volledig elektrische auto: ik ontdek dat de kerstboom er niet in past. Dat wordt sjouwen. Vanaf de kerstboomverkoper zeul ik het gevaarte door het Vondelpark naar huis. Ik zweet na 500 meter als een otter, maar dat kan ook komen omdat het twaalf graden is.

Ik denk terug aan de voorafgaande avond, bij het Weihnachtsoratorium van Johann Sebastian Bach. Bij de opening zong het koor niet het prachtige libretto dat Bach maakte, over de vreugdevolle komst van Jezus, maar een uiterst afgezaagde tekst: dat de pauken moeten klinken en de trompetten schallen. (Vermoeid leg ik de boom op mijn andere schouder.)

Ik keek in het programmaboekje. Daarin stond dat deze tekst uit een andere, wereldlijke cantate van Bach komt. Hij had de muziek en die tekst over de pauken en trompetten geschreven ter ere van de Oostenrijkse koningin. Bach heeft de muziek daarna ook voor zijn kerstmis gebruikt. Dat muzikale recyclen deed hij vaak, maar bij een uitvoering van het Weihnachtsoratorium hoort dan wél de religieuze tekst. Tijdens kerst verheugen we ons op de komst van de verlosser en dat wil ik weten ook.

Dring ik daarmee mijn normen en waarden op aan anderen? Ja, ik vind dat christelijke waarden bij Nederland horen: solidariteit, verdraagzaamheid en gelijkheid. Zolang een ruime meerderheid dat vindt, leggen we dat aan iedereen op die zich hier wil vestigen — daar ben ik vrij onverdraagzaam in. Misschien kun je het niet meteen bij binnenkomst in het asielzoekerscentrum eisen van vluchtelingen uit een andere cultuur, maar wel als ze willen blijven.

Normen en waarden kun je afdwingen, niet het geld of de juwelen die mensen bij zich hebben als ze gevlucht zijn, zoals in Denemarken is voorgesteld. Flagrant in strijd met christelijke waarden is geld of goederen vragen voor vluchtelingenopvang. (Jezus, die boom is loodzwaar.)

Ik wil geen normen en waarden afdwingen bij Geert Wilders, zo vlak voor kerst, zoals Gert-Jan Segers van de ChristenUnie. Hij eist dat Wilders afstand neemt van de Lombroso-types die in Geldermalsen mensen bedreigden die voor een azc waren.

Maar zoiets werkt niet. Wat wel ergens toe leidt is dat Segers en andere leiders het voortouw nemen en in 2016 in eenvoudige woorden uitleggen wat onze normen en waarden inhouden. Als de meerderheid daar niet meer aan wil, en kerstmis alleen nog maar om kitschverlichting gaat, dan zij het zo.

Inmiddels dreig ik te vallen met mijn boom. Een man schiet te hulp. Een vluchteling uit Syrië, ik verzin het niet.

'Jauchzet, frohlocket!' om met Bach te zingen.

Gepost op 14 december 2015

Korbach of oplossing

Wie herinnert zich Fritz Korbach nog? Hij was een voetbaltrainer die door met het degradatiespook vechtende clubs werd binnengehaald om het eerste elftal flink op te schudden: het Korbach-effect heette dat. Het werkte voor korte duur, daarna zakte de club in kwestie weer weg.

Niet verbazend dus dat uit onderzoek blijkt dat een wisseling van bestuursvoorzitter maar een beperkt effect op de beurskoers heeft. Logisch, het moet uiteindelijk gaan om de onderliggende intrinsieke waarde van het concern, de topman draagt daar aan bij, maar hij is niet de beslissende factor.

Het gaat ook niet veel opleveren dat mevrouw Van Miltenburg is opgestapt: het vertrouwen in de politiek neemt daardoor niet toe. En het geëmmer over dat bonnetje van Cees H. duurt voort. Mij interesseert het niet meer; er zijn twee bewindslieden en een kamervoorzitter op gesneuveld — daarmee hebben we toch ruimschoots democratische waar gekregen voor onze 4,1 miljoen gulden?

Wat mij het meeste ergert: de echte kwesties blijven onopgemerkt. Zo heeft niemand het over het bericht van het ABP dat de beloofde loonstijging van 5% voor 600.000 (semi-)ambtenaren vrijwel zeker niet kan worden gefinancierd uit de pensioenversobering. Het ABP wijst er op dat de combinatie van gedaalde rente en strenge eisen van de Nederlandsche Bank (DNB) een premieverlaging onverantwoord maken. Zoete wraak voor de FNV die zich hier altijd tegen heeft verzet. Maar het kan wel verstrekkende gevolgen hebben. Zo is de kans nu groot dat onderwijsinstellingen, die niet onder de Rijksbegroting vallen, zelf voor het onvoorziene gat in de financiering van die loonstijging moeten opdraaien, en dus fors moeten snijden in hun personeelskosten.

Het kabinet moet hier zijn verantwoordelijkheid oppakken en deze rekening betalen. Werkgevers en werknemers in de semi-overheidssector mochten er op vertrouwen dat de premieverlaging hoe dan ook deel uitmaakte van het pakket, anders gezegd, ze mochten er van uitgaan dat de semi-overheidswerknemers hun sigaar uit eigen doos in ieder geval zouden mogen oproken. Het kost enkele honderden miljoenen, dus daarmee wordt een hap genomen uit die vijf miljard lastenverlichting.

Het is wel schokkend dat de minister van Binnenlandse Zaken en zijn ambtelijke top hier nooit op geanticipeerd hebben. Het Handboek Soldaat van elke ondernemer schrijft voor om vóór loononderhandelingen te kijken wat de financiële ruimte is en welke ontwikkelingen er nog gaan spelen, die daarop van invloed kunnen zijn.

De minister hoeft niet weg, gezien het Korbach-effect brengt dat ons niet verder. Maar een gebaar door het tekort aan te vullen, dat lijkt me wel het minste — en dat biedt ook een oplossing, in plaats van wéér een kamerdebat en wéér een enquête.

Gepost op 07 december 2015

Tegenwind

Het leven is ook zo mooi, omdat de werkelijkheid altijd weer fictie overtreft. Zo werd dit weekeinde op de Oosterscheldekering het Nederlands kampioenschap Tegenwindfietsen verreden. Bijna negen kilometer tegenwind, en dat op een fiets zonder versnelling: in negentien minuten gewonnen door een zekere Pico de Jager.

Het is ook organisatorisch een lastige zaak, dat tegenwindfietsen. De krant schrijft: ‘Om de wedstrijd door te kunnen laten gaan, was een windkracht van minimaal zeven vereist en die stond er zondag.’ Ik zie mezelf bibberend in mijn acrylmaillot vanuit het starthok naar buiten staren, op de snijdend koude zondagochtend, in de hoop dat de wedstrijdjury het verlossende: ‘Helaas, windkracht 6’, uitspreekt. Ik ben geen held van het formaat-Pico.

Werkelijkheid of fictie? Er is ook het bericht dat de internationale wetenschap voor het eerst in veertig jaar oproept om een spectaculaire nieuwe medische techniek ‘nog even in het lab’ te houden. Het gaat om het bewerken van genen van ongeboren baby’s, het zogenaamde ‘gen-editing’.

Voorstanders zien de techniek, die Crispr Cas schijnt te heten, als een manier om voorgoed akelige erfelijke aandoeningen als taaislijmziekte of sikkelcelziekte uit te bannen. Tegenstanders voorzien echter een wereld waarin een tweedeling ontstaat tussen gen-verrijkte en ongemodificeerde mensen. Ik zit meer in het kamp van de voorstanders. Het lijkt me van wezenlijk belang dat erfelijke ziektes de wereld uit gaan: iedereen zoveel mogelijk kans op een gezond leven.

Dat de tegenstanders zeggen dat er dan een tweedeling ontstaat vind ik een nogal wereldvreemde observatie. De hele wereld is tweedeling: van Noordelijk en Zuidelijk Halfrond, ontwikkeld en kansloos, gesetteld tot op de vlucht, kortom: van have tot have not. Juist als we dit in het lab houden weten we nu al dat alleen mensen met veel geld straks hun eigen supergenen kunnen maken.

Bovendien raak ik wantrouwig wanneer de wetenschap als een zelfbenoemd heilig boontje komt verklaren dat besloten is om iets toch maar vooral in het laboratorium te houden.

Geloven we dat nu werkelijk?
Wie zoals ik opgegroeid is met De Avonturen van Kapitein Rob weet dat er altijd wel een professor Lupardi te vinden is die elke uitvinding kaapt en aanwendt met het doel om de wereldmacht te grijpen. Dan krijg je kwaadaardige klonen — een soort leger van gemodificeerde Poetins — die op de onschuldige wereld worden afgestuurd.

Laten we die gen-editing dus niet krampachtig tegenhouden maar aanwenden voor goede doeleinden; misschien valt er ook meteen wat aan ons agressie-gen te doen.

Ach ja, mijn schoonvader zei, als ik weer eens driftig werd: ‘Even tegen de wind in fietsen, jongen, dan gaat het vanzelf over’.

Gepost op 01 december 2015

Het K-woord

Het is maandagochtend, gietende regen. Kwart voor zeven ’s ochtends, ik zet het Radio 1-journaal aan. Ik hoor tot mijn opluchting stemmen, niet zo’n niemendallig muziekplaatje waarmee ze tegenwoordig zelfs de nieuwszender onderuit proberen te halen. Het blijkt helaas live journalistiek: een reporter die beschrijft dat er niets te zien is en ons sneue luisteraars inpepert dat hij niets te melden heeft op een toon alsof wij nóg minder meemaken. Het gaat over de klimaattop, en hij vertelt nog maar eens dat er veel bewaking is en dat Obama is gearriveerd.

Het regent nog steeds. Ik denk aan het VVD-Kamerlid dat onlangs het KNMI verweet klimaatpartijdig te zijn. Omdat het KNMI aan de hand van rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) aantoont dat er steeds meer neerslag valt in streken als de onze, ten gevolge van de opwarming van de atmosfeer. Dat deugt niet, aldus het VVD-Kamerlid: de overheid moet vragen over het klimaat onafhankelijk in de markt kunnen zetten. Het KNMI luistert alleen maar naar IPCC — een forum van internationale experts weliswaar, maar volgens deze VVD-volksvertegenwoordiger zijn dat slechts klimaatalarmisten. Het zijn allemaal klimaat-neologismen zonder enige inhoud: want de VVD'er toont nergens aan waarom de conclusies van IPCC niet zouden deugen, laat staan dat die conclusies niet onafhankelijk zouden zijn.

Het is spijtig dat de VVD-Kamerfractie niet verder heeft gezocht. Want ook onderzoeksgegevens van andere instituten — bijvoorbeeld de MIT Sloan School of Management — geven aan dat de aarde zonder ingrijpende afspraken op de klimaattop tot 2100 angstwekkend verder zal opwarmen, met een stijging van de zeespiegel die zodanig is dat het waterpeil onze dijken overstijgt en de VVD-fractie in 2050 weleens gedwongen naar een land als Syrië zou moeten vluchten.

Laten we wel wezen. Europa, de VS en China zijn bereid emissiereducties te aanvaarden die enorm zijn in vergelijking met wat ze tot nu toe op zich hebben genomen. Probleem is wel dat de overblijvende emissieruimte net zo makkelijk door diezelfde drie regio’s wordt opgesoupeerd. Niet onbegrijpelijk dat je zo geen akkoord sluit met de rest van de wereld. Om het ingewikkelder te maken, veel ontwikkelingslanden voelen er niets voor om hun industriële groei te moeten prijsgeven, teneinde de door ontwikkelde landen in het verleden veroorzaakte CO2-problematiek op te lossen.

De geleerden zijn het eens dat in Parijs een afspraak zou moeten worden gemaakt over een maximum aan broeikasgassen op aarde — maar dat onderwerp staat niet eens op de agenda.

Buiten regent het maar verder. Binnen heb ik genoeg van de live journalistiek die niets te melden heeft over de klimaattop. Ik schakel over naar een zender met muziekplaatjes.

Gepost op 23 november 2015

Mens durf te lezen

Zorgvuldig lezen is een sport aan het worden in deze gejaagde tijden. Zo luidt de kop van RTL Nieuws online: ‘Minister Bussemaker vindt dat de diversiteit van de Radio 2 Top 2000 te wensen overlaat’.

Ja, hallo — dat de Arbeidsvitaminen en dergelijke al sinds de middeleeuwen worden gevuld met ‘Hotel California’, ‘Bohemian Rhapsody’ en sinds de aanslagen in Parijs ook ‘Imagine’ — dat kan in de Open Deur Top 2000. Maar bij grondige lezing gaat het Bussemaker om iets heel anders: zij vindt het weinig divers dat de razend populaire radioshow zes dagen lang door elf witte mannen van ongeveer dezelfde leeftijd wordt gepresenteerd.

Beter lezen dus — maar kunnen we dat eigenlijk nog wel? Nederland behoort, samen met Zweden, Bulgarije en Litouwen, tot de weinige landen waar de leesprestaties sinds 2001 achteruit zijn gegaan. Ongeveer één op de zeven Nederlanders leest jaarlijks één boek. Ze lezen dan 13 minuten per dag in dat boek, plus minus 1,3 uur per week.

Dat was in 1955 nog 2,4 uur. Langzamerhand komt een van mijn vaders favoriete grappen onheilspellend dichtbij, van die man die op zijn verjaardag een boek cadeau krijgt en zegt: ‘Wat jammer nu, want ik heb al een boek.’

De leesterreur van sociale media bombardeert ons met flutberichtjes en vluchtige selfies. Het maakt het er voor het boek niet eenvoudiger op om te overleven.

Dat geldt zeker voor het papieren boek en dat is zonde. In Het boek en het badwater betoogt de Amsterdamse hoogleraar boekwetenschap Lisa Kuitert overtuigend dat je je bij een papieren boek gemiddeld genomen beter kunt concentreren: er is geen directe afleiding, die er wel is bij een iPad, waarop tegelijkertijd ook je email binnenkomt.

Hetzelfde geldt voor de e-reader, waarop je met een swipe op je touchscreen naar een ander boek toe kunt. Om die reden kan ik mij vinden in haar pleidooi voor het papieren boek.

Er zijn de laatste jaren nogal wat studies verschenen die wijzen op de afstomping van onze hersenen door beelschermen, navigatieapparaten en zoekmachines — inderdaad, je moet wel de tijd en aandacht kunnen opbrengen om die studies te lezen. Juist nu, terwijl we in het duister tasten over wat ons nog aan terreur te wachten staat, zijn concentratie en bedachtzaamheid belangrijke vaardigheden, en die ontwikkel je door echt te lezen.

Dat kan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap niet genoeg stimuleren.

Ik ben overigens niet voor afschaffing van de Top 2000. Integendeel, het programma trekt een groot publiek aan, maar laat al die witte mannen van mijn leeftijd vooral reclame maken voor het lezen van een boek tijdens de uitzending. De muziek die ze draaien is uitstekend behang.

Gepost op 16 november 2015

Parijs en Samarra

Het verhaal kent vele varianten, één versie is te vinden in Duizend-en-een-nacht.

Een tuinman kwam geschrokken bij zijn landheer in Bagdad. Hij zei dat hij die ochtend op de markt ineens oog in oog met de Dood stond, die hem dreigend had aangekeken. ‘Heer’, zei de tuinman, ‘de Dood heeft het op mij gemunt, leen mij uw snelste paard, dan vlucht ik naar Samarra, ver weg, zodat ik mij verbergen kan.’ En zo geschiedde.

Die middag liep de landheer zelf over de markt en zag de Dood staan. Hij sprak hem verwijtend aan: ‘Waarom heeft u mijn tuinman zo de stuipen op het lijf gejaagd met uw dreigende blik?’ De Dood antwoordde: ‘Ik keek niet dreigend, ik was slechts verbaasd uw tuinman hier in Bagdad te zien aangezien ik vanavond een ontmoeting met hem heb in Samarra.’

Ibrahim Awwad Ibrahim Al-Badri is geboren en opgegroeid in Samarra. Hij is de geestelijk leider van de terreurorganisatie die zich Islamitische Staat noemt, maar in wezen, zoals David Cameron zegt, Niet-Islamitische Staat zou moeten heten. John Kerry maar ook François Hollande refereren niet aan IS of Isis, maar steeds aan Da-iesh: de afkorting die de organisatie zelf in het begin gebruikte en die staat voor het geografisch gebied waar de oorsprong was.

Da-iesh betekent, iets anders uitgesproken, volgens The Guardian in het Arabisch ook: de zaaier van tweedracht. Of het waar is weet ik niet, maar het klopt precies.

Da-iesh/Isis is er op uit dat wij vluchtelingen vereenzelvigen met terroristen en dat we blind fanatisme verwarren met islam. In de hoop dat we naar het Westen gevluchte burgers terugsturen en dat we anti-islam worden. Waardoor Da-esh/Isis des te makkelijker jonge moslims in bedreigde gebieden kan rekruteren. Ondertussen maken wij elkaar al naar gelang ieders standpunt uit voor politiek correcte slappelingen, of rechts-extreme moslimhaters. Geen van beide is waar. Wat wél waar is: we kunnen niet aan de confrontatie met Da-iesh/Isis ontkomen.Dat betekent misschien wel oorlog. Maar wsering tegengaan door op risicogroepen gericht beleid, en vooral door onderwijs en werk te bieden aan verpauperende jongeren en daar, in het Midden-Oosten, door Saoedi-Arabië kleur te laten bekennen, en landen als Jordanië en Libanon militair en politiek te steunen.

We moeten nu niet isolationistisch worden, laat staan ons bangelijk opsluiten achter hekken. Integendeel, we moeten het Terreurkalifaat tegengaan, met verstand maar ook vastberaden en tot strijd bereid — hier én in Samarra.

Gepost op 09 november 2015

Trump card

Bij het zien van de documentaire over het leven en de veel te vroege dood van Amy Winehouse moest ik, of de film zelf niet akelig genoeg was, aan Donald Trump denken. Allebei fenomenen die een kant op gaan waar je je gevoelsmatig krachtig tegen wilt verzetten — maar het is onontkoombaar. Ik volgde van 2007 tot 2011 via muziekbladen met toenemende mismoedigheid hoe Amy Winehouse haar talent en haar toekomst kapot zoop, slikte en spoot — geboren voor zelfdestructie. De film over haar leven, louter uit archiefmateriaal en privéfilmpjes samengesteld, was in dat opzicht van een ongekende pijnlijkheid. Je wilt als het kind bij de poppenkast roepen ‘stop er mee’, maar je weet dat het zo niet werkt.

De opkomst van Donald Trump veroorzaakt bij mij een soortgelijke, sombere machteloosheid. Niet alleen omdat hij het in de peilingen goed blijft doen, maar vooral omdat hij langzamerhand salonfähig lijkt te worden bij steeds meer Amerikanen die niet bij voorbaat van kwade wil of rabiaat zijn.

Links: zangeres Amy Winehouse (foto: Sunset Box/HH), rechts: Donald Trump (foto: Corbis/HH).
Afgelopen weekeinde was het zelfs zover dat Trump mocht komen opdraven bij het beruchte satirische Amerikaanse televisieprogramma Saturday Night Live van de landelijke zender NBC. Dat was voor de programmamakers een prachtkans. Want laten we wel wezen, Trump is goed voor de kijkcijfers. En die kunnen ze ook bij de grote broadcasters wel gebruiken in een tijd dat televisie langzamerhand de kijkers verliest aan het internetscherm.

Dus was er een totaal niet-kritische uitzending, met nauwelijks echte satire, want Trump mocht voor de uitzending bepalen welke fragmenten werden uitgezonden, een recht waarvan hij volgens een medewerker ruimschoots gebruik had gemaakt. Waarmee Trump op alle fronten de winnaar werd. Hij liet zien dat hij bereid was in een kritisch televisieprogramma op te treden, hij liet zien dat hij — dodelijk saaie — grappen kon maken en inderdaad: hij zorgde voor hoge kijkcijfers.

Trump is een seksist, die tegelijkertijd beweert dat het merendeel van de Mexicaanse immigranten in zijn land verkrachters zijn. Hij wil daarom een muur laten bouwen bij de Mexicaanse grens. Hij trekt volkomen ongefundeerd het geboortecertificaat van Obama in twijfel, zonder zich achteraf ondubbelzinnig te verontschuldigen over die misplaatste actie. En inmiddels beweert hij een totaaloplossing te hebben tegen de opmars van Islamitische Staat — maar die houdt hij geheim, omdat ‘de vijand het niet mag weten’. God weet welke kernbom de man in gedachten heeft.

Ondertussen krijgt hij volop de gelegenheid om primetime de ideale schoonzoon spelen, is er niemand die hem werkelijk beargumenteerd te kijk zet en komt een kandidatuur voor de Grand Old Party steeds dichterbij. Ook hier dreigt een vorm van zelfdestructie — van de kiezer.

Gepost op 02 november 2015

Wie doet het dan?

Al vijf jaar zingt de volledige cast van Soldaat van Oranje aan begin en slot van de musical: als wij niets doen, wie doet het dan? Het was ongetwijfeld het motto van de makers, die zonder zeker te zijn van succes, een theaterspektakel creëerden dat zijn weerga niet kent.

On-Nederlands goed, zeggen we dan. Het getuigt van een élan waar onze spruitjesgeest niet goed mee overweg kan. Twee van onze toppolitici, Geert Wilders en Bram Moszkowicz, leggen het accent dan ook net even anders. Voor hen is de vraag: Als wij níets doen, wat dan?

Dus zeurt Wilders nu dat hij niet voor racisme mag worden vervolgd om zijn opmerking over 'minder Marrokanen', want die ging over een nationaliteit, niet over een ras. Maar Wilders wordt helemaal niet vervolgd voor racisme; hij wordt vervolgd wegens groepsbelediging en aanzet tot haat en discriminatie. En dat kan wel degelijk op basis van nationaliteit.

Natuurlijk is Wilders geen racist, beste mensen. Hij is immers met een Hongaarse getrouwd! Of zeg ik het nu verkeerd?

Nee, dan Bram Moszkowicz. Omdat er tussen de Syrische asielzoekers mogelijk IS-strijders zitten, overtreedt het kabinet volgens hem de regel uit het strafrecht dat men niet de vijand mag verbergen of voorthelpen in een tijd van oorlog.

Excusez maître? Dus: omdat er tussen de mensen op een inspraakavond in Steenbergen ook neo-fascisten zitten die amok maken, is de burgemeester strafbaar. Nog even los van het feit dat de Nederlandse regering niemand de oorlog heeft verklaard, ook niet IS.

Wilders en Moszkowicz zijn allebei intelligent. Ze kunnen schrijven, orereren, retoriek bedrijven als de besten. Dat ze zich met dit soort drogredeneringen inlaten is dan ook een 'insult to their own intelligence'.

Het blijft treurig dat politici met een redelijke intelligentie én een — op kosten van de belastingbetaler genoten — goede vooropleiding zich verlagen tot dit gebrek aan niveau, maar ondertussen niet één groots en meeslepend idee kunnen produceren. En ook geen enkele daadkracht tonen.

Ondertussen is het eigenaardig dat ze zoveel aandacht krijgen. Het succes van Soldaat van Oranje bewijst namelijk: wij willen geen hitsers maar helden.

Wat zou het bijvoorbeeld geweldig zijn als wij een onkreukbare Nederlander hebben die zich kandidaat stelt om Blatter op te volgen bij de wereldvoetbalbond, en de bezem haalt door de volvet-gecommercialiseerde voetbalwereld. Of een Nederlandse diplomate die succesvol bemiddelt in Syrië en daarmee de vluchtelingenstroom stilzet. Maar het slot van Soldaat van Oranje is bekend, twee man hebben de oorlog overleefd: één van de helden, maar ook de man die zich overal buiten heeft gehouden.
Beter toch maar niets doen?

Gepost op 26 oktober 2015

Voorspellende geschiedenis

Er zijn dingen waar we liever niet aan beginnen, maar die kennelijk toch moeten gebeuren. Zoals het ingrijpen in Afghanistan in 2002 dat bij voorbaat tot mislukken gedoemd was. De Sovjets hadden dat twee decennia eerder nolens volens aangetoond. Ook de Irak-oorlog in 2003 was dubieus: maar wie die inval ter discussie stelde, stond vrijwel alleen. Het vrije Westen was in het geding. Parallellen met Vietnam werden weggeblazen met verwijzingen naar de atoomwapens van Saddam Hussein.

Twaalf jaar na dato geeft Tony Blair toe dat die wapens er nooit waren, en dat de door hem gesteunde Amerikaanse invasie de voedingsbodem voor terreurorganisatie Isis was. Zou de oud-premier nu de opbrengst van zijn autobiografie in een fonds voor Syrische wederopbouw storten? Erger is dat wij weinig van deze en andere geschiedenissen opsteken.

Een professor in de voorspellingswetenschap — contradictio in terminis — zegt dat mensen die zonder specifieke materiedeskundigheid, maar met de gave om feiten uit het verleden op een rij te zetten en te analyseren, beter zijn in het voorspellen van toekomstige gebeurtenissen dan experts.

Waarom onthouden we zo slecht wat we uit ervaring of geschiedenisboeken weten?

Omdat er altijd wel een belang is om de geschiedenis te negeren. Zie de internationaal weer opgelaaide discussie rondom teelt van genetisch gemanipuleerde organismen. Een aantal EU-landen, waaronder Nederland, wordt fel bekritiseerd om regelgeving die inzet van dit soort organismen verbiedt. Maar het verleden leert dat ingrijpen in de natuur tot onuitwisbare rampen kan leiden. Of zijn dat de verkeerde lessen? Moeten we er juist op wijzen dat, door gewassen via genetische manipulatie insecten resistent te maken, het gebruik van insecticiden met 40% afneemt? Of benadrukken dat gemanipuleerde gewassen extreem klimaatbestendig zijn en dus op den duur hongersnoden kunnen helpen oplossen?

Het probleem blijft. Hoe mooi de testresultaten ook zijn, uiteindelijk kan één gek of één onverantwoorde regering het product tot een nachtmerrie in de natuur maken.

De Zweedse econome Katrine Marcal zegt hierover dat wij, als wij de toekomst definiëren, geen rekening houden met de menselijke irrationaliteit. Dat die factor niet wordt meegenomen in allerlei rekenmodellen is daar paradoxaal genoeg het beste bewijs van.

Misschien willen we telkens opnieuw dezelfde fout maken. Het is als Lambiek die in een avontuur van Suske en Wiske keihard tegen een rots knalt. Weer bij bewustzijn neemt hij een aanloop en op de wanhopige vraag van Wiske wat hij nu gaat doen, antwoordt hij nog net: ‘...een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen en aangezien ik geen ezel ben...’ om daarna net zo hard weer met zijn hoofd vooruit tegen de rots te beuken.

Gepost op 19 oktober 2015

School als gemeenschap

Mijn oude middelbare school is failliet. De reden: omdat het nog steeds een scholengemeenschap was. En daar zit vandaag geen muziek in, in deze ver-individualiseerde samenleving waarin ouders vooral het beste voor hun kind opdringen aan de school.

Zonde. Als duur gassie, zoals mijn klasgenoten me noemden, leerde ik naast Latijn en Grieks op het schoolplein mooi wel plat Haags, en wat rausen inhield, of wat kapsies waren (voor de niet-Hagenees: kapsones). Ik herinner me de eerste onwennige dagen, het enorme rumoer tijdens de pauzes, de strenge, klassikale leraren – en de lokalen die nog nastonken van het adolescentenzweet van de hogere klassen die er het vorige uur les hadden gehad.

De jongens en meisjes uit mijn klas kwamen van heinde en verre – Piets vader was benzinepomphouder in Nootdorp, Arie's familie had een banketbakkerij in Laakkwartier. Leervaardigheid was uiteenlopend in de brugklas: daarna ging de een naar het gymnasium, de ander naar de Mavo. Maar we bleven wel bij elkaar op school. Die scholengemeenschappen zijn voorbij.

Kijk naar Amsterdam. Steeds meer scholen binnen de welvarende ring stootten de afgelopen jaren VMBO of zelfs Havo af. VWO is lucratiever voor een school, en in elk geval minder gecompliceerd. Omgekeerd zien scholen in de periferie hun al schaarse vwo-leerlingen weggelokt door witte scholen uit rijke buurten – totdat ze hun VWO-afdeling moeten opgeven. Hoe komt dat?

Volgens de Universiteiten van Maastricht en Amsterdam omdat er geen sturend beleid meer is. Selectie en aanbod van verschillende onderwijsniveau's worden overgelaten aan scholen en wensen van ouders. Daarmee hebben mondigere, hoogopgeleide ouders, een voorsprong, die ze gebruiken om hun kinderen op categorale VWO-scholen of gymnasia te krijgen. De kinderen van laagopgeleide ouders hebben vaak een zetje nodig: via VMBO naar Havo, of via Havo naar VWO. En daar is een scholengemeenschap bevorderlijk voor. Maar hun ouders zijn niet mondig genoeg om zich daarvoor hard te maken – ze hebben ook minder kapsies.

Ook de vroege selectie helpt niet mee. Konden kinderen vroeger in de brugklas nog veel kanten op, nu is het al in groep acht bepaald. En dan niet meer door de Citotoets, maar door het schooladvies, waar mondige ouders invloed hebben op de uitkomst.

De Oeso heeft Nederland onlangs voor dit onderwijssysteem op de vingers getikt: het werkt ongelijkheid in de hand. Het is maatschappelijk ook contraproductief: door het gebrek aan doorstroming wordt het gemiddelde eindniveau in het onderwijs minder, en de kloof tussen hoog- en laagopgeleid vanzelf ook dieper.

En al die gegoede burgerjongetjes en -meisjes maken nauwelijks andere milieus mee. Ook een gemis voor hun zijn taalontwikkeling qua dialecten.