Ferdinand Grapperhaus is hoogleraar Europees arbeidsrecht, Kroonlid van de Sociaal Economische Raad, Partner bij Allen & Overy, vader van vier, voetballiefhebber, ...

Lees meer

Gepost op 29 februari 2016

Nederlandse Noodsignalen

De Nederlandse wandelaars die zoek waren in Noorwegen hebben, toen ze in moeilijkheden waren, voor het zwaarste noodsignaal gekozen op het SPOT-alarmeringsapparaatje dat ze bij zich hadden, aldus hun reisleider. Op dat SPOT-ding zit een knop om een SOS-signaal uit te zenden en één om gewoon hulp te vragen. Het werd meteen SOS, hoewel er volgens de wandelaars zelf geen sprake was van een noodsituatie.

Een metafoor voor Nederland? Slaan we te snel alarm bij problemen?

Welke problemen eigenlijk? We behoren volgens alle gezaghebbende onderzoeken tot de top als het gaat om hoge opleiding, innovatie, welvaart, maatschappelijke rust in het algemeen. We zijn de besten qua infrastructuur, zorg en sociaal stelsel. We voelen ons zo ongeveer het gelukkigst van de hele wereld, zo volgt logischerwijs uit een andere grafiek.

Maar Churchill zei al: je hebt halve waarheden, leugens en statistieken. Dat wij tot de gelukkigste naties van de wereld zouden behoren wil er bij mij dus niet meer in: bij het minste of geringste is er een klaaglijn-initatief of een pleidooi voor hekken-om-ons-land.

We hebben het zo goed dat we alleen maar bang zijn dat het minder wordt.

Intussen is er een nieuw, veelzeggend wereldstatistiekje. Wat blijkt? Hoe meer mensen gemiddeld verdienen in een land, des te minder uren er gemiddeld door de beroepsbevolking gewerkt worden. Als je dus je arbeidsmarkt op orde hebt, met voor zoveel mogelijk mensen goedbetaald werk, hoef je met zijn allen minder hard te werken. De Nederlandse arbeidsmarkt is daar een voorbeeld van: betrekkelijk weinig werkloosheid, humane arbeidsomstandigheden, veel deeltijdwerk en goed gespreide welvaart — en dan zijn we ook nog wereldkampioen als het gaat om oudedagsvoorzieningen.

De Verenigde Staten zijn de enige uitzondering. Daar moet je keihard werken als je een beetje geld wilt verdienen: het bekende verschijnsel van de multi-jobbers. Ik verklaar dat uit het feit dat er geen sociaal zekerheidsstelsel is. Je moet bijkans elk uur benutten om je levensonderhoud ook voor mindere tijden veilig te stellen.

Dat de Verenigde Staten zo’n survival-of-the-fittest-samenleving zijn, bevestigt ander onderzoek van het World Economic Forum, naar de vraag wat men belangrijker vind: 'geen armoede' of 'volledige vrijheid voor iedereen om zijn eigen doelen na te streven'. In de VS vond slechts 35% 'geen armoede' belangrijker, tegen 62% in Duitsland en 67% in Spanje.

In landen met meer welvaart is dus meer vrije tijd. Dat wordt overwerken voor hulpdiensten in bergachtige streken: want ook al verdienen we in Nederland goed, geld voor een satelliettelefoon — zeg € 750 — geven we kennelijk niet uit. Zo alarmerend is het dus allemaal ook weer niet.

Gepost op 15 februari 2016

Making a judge

Hoe beoordeel je het functioneren van de Amerikaanse rechtsstaat? Bottom-up of top-down?

Om met het laatste te beginnen: het overlijden van Antonin Scalia, één van de negen opperrechters van het Supreme Court laat zien hoezeer het systeem bovenin vermolmd is. Scalia was sinds 1986 opperrechter. Hij was een originalist: een jurist die vindt dat je de Amerikaanse Grondwet moet interpreteren, zoals de opstellers het in 1787 bedoeld zouden kunnen hebben. Dus zonder rekening te houden met maatschappelijke en andere ontwikkelingen sindsdien.

Zo verdedigde Scalia het recht om wapens te dragen in Amerika met de 18de eeuwse notie dat het noodzakelijk was zich te kunnen verdedigen in confrontaties met anderen. Hij schoof terzijde dat het bestaan toen nauwelijks gereguleerd was: Amerikanen waren veelal onbeschermde kolonisten en pioniers, die het land nog moesten ontginnen. Scalia ging ook voorbij aan het fenomeen van het Wilde Westen, dat juist ontstond uit die onbeperkte wapenvrijheid. Bedenkelijker vind ik het dat de opperrechter zich in zijn overwegingen weigerde te verdiepen in de terreur en vernietiging die het vrije wapenbezit in de laatste vijftig jaar heeft veroorzaakt in de Amerikaanse samenleving.

Ondertussen kreeg Scalia dertig jaar ruim baan om zijn politieke opvattingen door te drukken in een rechtssysteem, waarin negen opperrechters de ontwikkeling van de machtigste natie ter wereld kunnen gijzelen. Bizar genoeg verwoordde hij die kritiek zelf, toen hij in het Supreme Court door de meerderheid werd overruled inzake het toestaan van het homohuwelijk. Het kon toch niet zo zijn, aldus Scalia, dat de wil van de meerderheid van het volk ondergeschikt werd gemaakt aan de liberale opvattingen van (de meerderheid van) een comité van negen niet-gekozen juristen?

En bottom-up?

De geruchtmakende serie Making a Murderer laat zien hoe de Amerikaanse politie en justitie hand in hand het rechtssysteem ombuigen naar de gewenste uitkomst. Ik schaam me plaatsvervangend dood bij het zien van de oneerlijke strafprocessen tegen hoofdpersoon Steven Avery.

Je zou zeggen dat eerst bewijs moet worden geleverd dat hij de moord heeft gepleegd. Maar al snel gaat het er niet meer om of er een ‘reasonable doubt’ is — het criterium voor vrijspraak. Avery moet het gewoon gedaan hebben, einde oefening. Hij heeft een laag IQ, is een scharrelaar en heeft een strafblad voor geweldpleging, dus waar heb je dan een proces voor nodig? De bewijsvervalsing van de politie en het Openbaar Ministerie levert spannende televisie op: komen ze hier mee weg?

Ja. Dankzij de hulp van rechters, die zich niet baseren op bewijsvoering of fair trial, maar zich door hun vooroordelen laten leiden. Geen top-down of bottom-up, maar onderbuik.

Gepost op 08 februari 2016

Alle werkenden alsnog gelijk

Eén van de verworvenheden van de jaren zeventig was het uitgangspunt van gelijke kansen voor iedereen op de arbeidsmarkt. Daar is in de uitwerking bitter weinig van terechtgekomen. Grote projecten als de Wet Werk en Zekerheid, de inpassing van zzp'ers in ons collectieve stelsel, de herziening van het pensioensysteem — het is een catalogus van gemiste kansen.

Twee recente ergernissen. Meer dan 80% van de zzp'ers is niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid en heeft geen eigen pensioenverzekering. We wisten het altijd al, maar in de debatten van de afgelopen weken in de Eerste Kamer werd het onder het kleed geveegd. Vooral uit liberale hoek is regelmatig beweerd dat er maar weinig schijnzelfstandigen onder de zzp'ers zijn. Maar wie zich niet verzekert tegen reële risico’s, omdat zijn inkomsten dat niet toelaten, is per definitie onzelfstandig, want afhankelijk van de tariefgenade en andere gunsten van zijn opdrachtgever.

Een tweede issue. Opleidingsinstellingen geven een te positief beeld van de arbeidsmarktkansen van bepaalde studies. Onbegrijpelijk dat de overheid zo weinig doet aan het sturen van stromen studenten en leerlingen naar opleidingen waar wél toekomstperspectief in zit. Waarom geen korting op collegegeld en andere kosten bij opleidingen die dat perspectief bieden?

De bal ligt stil op eigen helft. De premier bezoekt reuzeblij IT-bedrijven in Silicon Valley, waar programma’s worden ontwikkeld die bijna alle banen in het middensegment overbodig dreigen te maken. Het bevestigt mijn grootste ongenoegen van de afgelopen jaren. Voorafgaand aan de recente, zogenaamde hervormingen van de arbeidsmarkt en sociale zekerheid is geen diepgaande toekomstanalyse gemaakt. En dat gebeurt nog steeds niet. We moeten kijken naar de samenhang tussen de toename van het aantal zzp'ers, het wegvallen van banen in het middensegment, de steeds grotere aantallen hoger opgeleiden en vooral de zich uitbreidende computerisering/robotisering.

Beleid en wetgeving moeten daarop worden afgestemd, en niet op oude belangen en vermolmde instituties.

Laten we ook eens ophouden met allerlei verschillende soorten werkenden te hanteren. Maak één verplichte basisverzekering voor iedereen op de arbeidsmarkt tegen werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, oudedag en (bijzonder) zorgverlof. Daarboven kun je je bijverzekeren. De kosten van die extra verzekering worden fiscaal aftrekbaar voor iedere werkende. Zo wordt zelfstandigenaftrek werkendenaftrek.

Gelijke kansen betekent allereerst toegang tot die kansen. Als het routineuze werk en het vaste dienstverband verdwijnen, moeten nieuwe mogelijkheden voor iedereen openstaan. De arbeidsmarkt wordt zo alsnog een voor iedereen bereikbaar speelveld.

Gepost op 01 februari 2016

Naar Nieuwe Televisie

Vroeger had je Michel Pollentier, die zijn plasflesje bij de controle vanuit een pompje in zijn oksel vulde met de urine van zijn soigneur. Tegenwoordig laat een beetje wielrenner een hulpmotor in het frame van zijn fiets bouwen. Als het zo doorgaat mag Lance Armstrong deze zomer weer gewoon aan de Tour meedoen met kryptoniet in zijn bidon. Of we zien Valentino Rossi op een 500cc motor als eerste op Alpe d'Huez aankomen.

Ik zou weleens een documentairereeks willen zien over de geschiedenis van het valsspelen in de sport, met doorwrochte analyses waar dat toe heeft geleid. Maar daar heb ik dus niets over te zeggen, want wat ik op tv zie bepalen de omroepen. En dat schiet niet op. Wat we nu zien zijn omroepen die elkaar beconcurreren met ieder een eigen actualiteitenrubriek, praatprogramma, drama en kwis — om nog te zwijgen van ieder zijn eigen aangekochte buitenlandse series. Heel Holland Bakt zo zijn eigen tv-programma.

Het is mij een raadsel waarom in onze ontzuilde maatschappij nog steeds het budget van € 700 mln belastinggeld, dat aan de publieke omroep wordt besteed, over de omroepzuilen wordt gedistribueerd. Omroepen hebben als zodanig in dit tijdsgewricht weinig toegevoegde waarde. Het is saillant dat vorig jaar bleek dat ledenaantallen van omroepen sinds 2012 sterk teruglopen omdat een cadeauverbod voor nieuwe leden is ingesteld. Ofwel, zonder gratis lepeltje zijn we niet geïnteresseerd.

Het voorstel voor de nieuwe mediawet biedt in elk geval perspectief. De Nederlandse Publieke Omroep krijgt een centrale rol in het beslissen over de besteding van omroepgelden. Producenten mogen hun programma’s daar rechtstreeks aanbieden. Als we willen dat er voor een breed publiek steeds weer originele en prikkelende programma’s te zien moeten zijn, moet het uitgangspunt de creativiteit van makers en producenten zijn en niet de door zuil en zaligheid bevooroordeelde denkrichting van omroepen.

Onze creatieve televisie-industrie is bovendien een top-exportproduct, dus laten we dat zoveel mogelijk stimuleren. Dat de publieke omroep alleen nog maar informatie, cultuur en educatie zou mogen doen en geen amusement of sport meer zou mogen uitzenden, blijf ik onzin vinden. Het gaat niet om het soort programma‘s, maar om een strenge selectie op kwaliteit en veelzijdigheid.

En op internet kan ik ook alles zien. Maar daar heb je het: dat er zoveel geld naar televisie gaat, een has-been-medium, is niet toekomstgericht. Dat geld zou beter in een publiek internetkanaal gestoken kunnen worden.

Televisie of internet, ik zie uit naar dat sportprogramma dat me informeert over de valsspelcultuur van het wielrennen, en mij leert hoe ik als amateur zelf een hulpmotor in mijn frame kan schroeven.

Gepost op 25 januari 2016

Kansen en kansarmen

In Amsterdam loopt de tentoonstelling Imperial Courts: het werk dat fotografe Dana Lixenberg de afgelopen 22 jaar maakte van het leven in deze arme wijk in Los Angeles. Imperial Courts werd vanaf 1944 opgetrokken om straatarme zwarten die uit de zuidelijke staten naar Californië waren gekomen te huisvesten. De tentoonstelling komt keihard binnen wanneer je naar twee portretten van jongemannen kijkt uit 1993. De één keert in latere jaren niet meer terug in de portrettengalerij. Hij is in 1998 doodgeschoten door de ander die wel weer is te zien — getekend door jarenlange gevangenisstraf. De foto’s laten ook saamhorigheid zien: lege plastic stoelen en tafeltjes op een desolaat, lelijk binnenplaatsje met aan elke stoel een hoopvol omhoogwaaiende ballon: Babyshower.

Glenn Frey, vorige week overleden, dichtte over zijn komst naar Los Angeles: 'I was thinking to myself, this could be heaven or this could be hell'. De troosteloosheid zit er in dat generatie op generatie in dit soort buurten niet uit het slop geraken: armoede en uitkeringen zijn bijna erfelijk bepaald.

Onze gemeenschap van succesvollen blijft veelal gesloten voor buitenstaanders. Recent Frans onderzoek bewijst dat je met hetzelfde profiel — diploma, woonomgeving, sekse, leeftijd — als kind van immigranten minder kans hebt op werk. Zo loopt 5% van de autochtone bevolking het risico geen baan te vinden. Bij personen met Noord-Afrikaanse ouders is dat 13%. Bij kinderen van ouders uit West-Afrika is dat zelfs 27%. In Nederland liggen de cijfers niet anders.

Het letterlijke achterhoedegevecht van populistische potsenmakers over cultuurverschillen is daarmee naar het rijk der fabelen. Die zijn er, maar niet op relevante onderdelen zoals intelligentie, opleiding of bereidheid om te werken. Die cultuurverschillen zijn er trouwens niet als het om maatschappelijk onacceptabel gedrag gaat: blanken die oerwoudgeluiden maken tegen zwarte voetballers zijn net zo verwerpelijk als allochtone mannen die vrouwen ongevraagd betasten.

We doen vrijwel niets aan het verkleinen van kansverschillen. Het gaat mij dan niet om intensieve begeleiding of scholing. Tal van studies laten zien dat dat weinig uithaalt. Werkgevers moeten fiscaal gestimuleerd worden om jongeren uit kansarme milieus aan te nemen, maar ze moeten daar ook meer toe gedwongen worden. Aan de onderkant van de arbeidsmarkt zijn veel dringender quota nodig dan bovenaan bij het zogenaamde glazen plafond.

Maar ook jongeren moeten de drang voelen om aan de slag te gaan — bijvoorbeeld door sancties op uitkeringen als werk niet wordt aanvaard. Een functionerende samenleving kenmerkt zich nou eenmaal door een wederzijds gebrek aan vrijblijvendheid.

Hoe was het ook alweer? 'You can check-out any time you like, but you can never leave'.

Gepost op 18 januari 2016

De bedreigde kust

Omdat ik zo nodig met drie vrienden in de Ardennen moest gaan mountainbiken, rijden we vrijdagavond tegen beter weten in met dertig kilometer per uur over een bevroren stuk snelweg onder Luik. Na de afslag wordt de B-weg een glijbaan. Het bosweggetje omhoog naar de boerderij waar we zullen overnachten is halverwege onbegaanbaar: onder de sneeuw bezweken bomen liggen dwars over het pad.

We laten de auto achter en waden door een kniehoge witte deken naar ons onderdak. Doorweekt, uitgeput, maar monter komen we aan. ’s Ochtends zijn de Ardennen zo ver als het oog reikt ongerept. In Nederland zou je wel ergens een vakantiepark zien, of anders wel een megastal, of je zou de snelweg in de verte horen razen. Een jaar of tien geleden hebben ze hier tegengehouden dat er een oost-west-verbinding van de autoroutes kwam. Maar goed, de Belgen hebben weer hun kust verprutst. Je zou bijna trots zijn op onze ongerepte duingebieden.

Gelukkig zijn er nog de plannenmakers van het Rijk. Terwijl de aandacht was afgeleid door het voorzittersgedoe van de Tweede Kamer, kondigde het kabinet half december aan dat de regels voor kustbebouwing worden aangepast.

De waterkering is goed op orde en toekomstbestendig, dat geeft, aldus het kabinet, ruimte voor nieuwe initiatieven, dat wil zeggen bouwactiviteiten. Het Rijk wil zo een veilige, aantrekkelijke en economisch sterke kust realiseren. Het algemeen geldende verbod op nieuwe bebouwing bij en achter het duingebied komt te vervallen. Strandpaviljoens kunnen een permanent karakter krijgen.

Dit is een slecht plan. Het Nederlandse kustgebied is uniek door het samengaan van natuur en mensenwerk, het is een broed– en rustplaats voor flora en fauna. En, het is van iedereen. We hebben die kuststrook niet alleen nodig voor onze waterkering, hij is er ook om onszelf en onze natuurlijke omgeving ruimte te bieden. Voor mij en veel andere mensen geeft onze kust ons een deel van het geografische Zen. Daar kan geen beach resort of winterbestendig strandpaviljoen tegenop.

Toekomstige generaties moeten ondervinden hoe sterk een eenzame fietser in de duinen kan zijn. Ze moeten ook volledige stilte kunnen horen. Als er één zaak brede steun verdient, is het wel het tegengaan van deze onzalige kabinetsplannen. Zo niet, dan zijn we straks echt op de Ardennen en nog verder gelegen gebieden aangewezen.

Het kabinet zegt decentralisatie van de ruimtelijke ordening te willen. Waarom in hemelsnaam? Zodat een stel wethouders arm in arm met een projectontwikkelaar beton kan laten storten in woest natuurgebied? Dit zijn nu juist de zaken waarom we een centrale overheid hebben — en waar een minister-president pal voor moet staan. Totdat de kust weer veilig is.

Gepost op 11 januari 2016

Heroes for one day

David Bowie had niet zomaar de gave om zijn identiteit — zijn uiterlijk, zijn act, zijn muziek — in het tijdsbeeld in te passen. Hij was veel briljanter. Bowie bracht de tijd altijd feilloos tot uitdrukking in zijn muziek.

Zo herinner ik me de jaren zeventig als een asgrauw tijdperk. Er was vooral milieuvervuiling, de werkloosheid nam een schrikbarende omvang aan en de binnensteden waren sterk verwaarloosd. Misschien was er wel zoiets als algehele malaise.

De muziek van Heroes verklankte perfect de uitzichtloosheid van die tijd. De synthesizers snerpen als tweetonige sirenes boven een sombere basdreun, terwijl Bowie ons met vlakke stem oproept om aan de eentonigheid te ontsnappen. Van een zeldzame treurigheid, maar om de een of andere reden hoopgevend.

Bowie had telkens de energie om een nieuwe richting in te slaan, en tegelijkertijd zichzelf te blijven. Nieuw élan. En wijzelf? Het is inmiddels 2016, een jaar waarin het ons in het vrije Westen goed gaat. Nederland en veel andere EU-landen prijken telkens in de top tien op de ranglijstjes van het World Economic Forum over werk, wonen, welvaart, onderwijs, gezondheid, kortom: kwaliteit van leven — en zelfs geluk. En toch, raadselachtig genoeg, ligt over alles bij ons een sluier van ongegrond negativisme.

Daarbij valt vooral de hetze tegen de EU me zwaar. Het zijn niet alleen de gemeenschappelijke buitengrenzen die ter discussie staan, maar in steeds meer Oost-Europese landen ook essentiële grondrechten als de vrijheid van meningsuiting. Misschien hebben we de voormalige communistische staten te vroeg in het EU-gezelschap opgenomen, en hadden we wat jaren moeten wachten, totdat ze daar de Sovjet-cold-turkey helemaal doorstaan hadden en echt vrij konden denken.

Maar niemand heeft het meer over de geweldige voordelen van de gemeenschappelijke markt. Het zou een idee zijn als Maurice de Hond voorafgaand aan zijn peilingen eerst aan Henk en Ingrid uitlegt dat, wanneer ze anti-Europa blijven, één van beiden op den duur zijn baan kwijtraakt als gevolg van de stilvallende export naar Oost-Europa, en dat ze zonder open grenzen straks ook niet meer voor een habbekrats naar all-inclusive-resorts in Griekenland en Turkije kunnen.

Eén keer, echt één keer maar zou de angstige zwijgende meerderheid, wijzelf dus, eens krachtig, in begrijpelijke taal moeten uitspreken dat het ons goed gaat en we ons niets anders moeten laten wijsmaken. Door een politiek leider die zélf, in plaatsen als Steenbergen of Geldermalsen, tegenover versimpelaars van de ontevredenheid gaat staan en een ‘I dare you’ uitspreekt. Een klein beetje politieke moed kan een groot verschil maken. In zijn laatste nummer Black Star, zingt Bowie: 'Something happened on the day he died'. Laten we het hopen.

Gepost op 04 januari 2016

Vakbond en toekomst

In de voorspelde afloop van de V&D-soap viel mij één ding op. Vakbond CNV organiseerde een avond waar werknemers vragen konden stellen over de gevolgen van de surséance en eventueel faillissement, waar niemand kwam opdagen. Dat laatste was begrijpelijk: diezelfde informatie wordt al — en goed — verstrekt door het UWV. Opvallend was dat de vakbond nog zo'n avond organiseerde. Het is treurigmakend achter de feiten aanhobbelen.

Even terug. Het was terecht dat de vakbonden begin 2015 vasthielden aan de afgesproken cao-lonen en niet akkoord gingen met eenzijdige loonsverlaging door het warenhuisconcern, dat zo probeerde door zijn crisis heen te komen. Maar de vakbonden hebben in de twaalf maanden nadien verzuimd om hun leden — en andere werknemers van ten dode opgeschreven winkelketens — voor te bereiden op onvermijdelijke faillissementen, en vooral: ze te prepareren op terugkeer naar een veranderde arbeidsmarkt.

En daar ligt volgens mij juist de potentiële kracht van een moderne vakbeweging: naast het afsluiten van op vernieuwende arbeidsverhoudingen gerichte cao's, het zowel individueel als collectief weerbaar en inzetbaar maken van mensen voor toekomstig werk. Het is de weerbaarheid die veel zzp'ers en kleine ondernemers de afgelopen jaren wél hebben opgebouwd.

Een voorbeeld daarvan lieten de taxichauffeurs in Frankfurt zien. Toen het Uber in die stad verboden werd om met willekeurige chauffeurs zonder vergunning zijn Uberpop-activiteiten uit te rollen, probeerde het digitale vervoerbedrijf alsnog chauffeurs met vergunning te ronselen. Dat mislukte, omdat de eigen ondernemers samenwerking weigerden met een bedrijf, Uber dus, dat eerst met alle geoorloofde en ongeoorloofde middelen had geprobeerd hen uit de markt te drukken. Inmiddels heeft Uber zich uit Frankfurt teruggetrokken.

Wellicht denkt men dat weerbaarheid hetzelfde is als bereidheid tot collectieve actie. Een misverstand. Weerbaar is een werkende die door middel van werk in zijn levensonderhoud kan voorzien en zich verder kan ontwikkelen, zodat hij ook op de lange termijn dat levensonderhoud heeft.

We schieten niets op met mijmeringen over het verdwijnen van de maatschappelijke samenhang en het verloren gaan van de middenklasse — ontwikkelingen die al decennia spelen. De denkers en beleidsmakers van de vakbeweging moeten een nieuw plan ontwikkelen voor het levenlange werken, en de rol van de vakbeweging bij het verwezenlijken daarvan.

Als dat niet lukt is de vakbond op langere termijn een zelfde lot beschoren als al die winkelketens en warenhuizen. Dan komt er niet een door mij gewenste polemiek, maar is dit de proloog voor een kroniek: van hun aangekondigde dood.

Gepost op 28 december 2015

Kerstboodschap

Tegen het jaareinde hebben staatshoofden een kerstboodschap. De Tsjechische president Zeman voorspelt dat we met vluchtelingen het Paard van Troje binnenhalen: dus grenzen dicht. Alsof dat niet tegelijk het failliet van de Tsjechische export zou betekenen. Hij zou eens zijn licht moeten opsteken bij Wilders: die vond de instroom van Oost-Europeanen een gevaar voor de eigen samenleving. In mijn herinnering waren er toen Oost-Europese staatshoofden die heel Nederland van xenofobie beschuldigden.

Onze koning had een tegenovergesteld thema: leg je lot niet in handen van je angsten. Zijn inspirerende oproep ziet niet louter op de vluchtelingenstroom, maar evengoed op economie, arbeidsmarkt en automatisering.

Wie zich aanpast aan de voortrazende automatisering heeft de kans om specifiek menselijke eigenschappen zoals creativiteit, improvisatievermogen en onvoorspelbaarheid — kortom menselijkheid — verder te ontwikkelen. Je houdt de toekomst als je de slimme computer of robot creatief aanwendt. Werk op het middenniveau verdwijnt, maar ook veel ‘hoger opgeleid’ werk. Mensen die zich niet kunnen aanpassen aan de toekomst zullen genoegen moeten nemen met het ondersteunende werk waarvoor robots niet geschikt of te duur zijn. Daar is genoeg te doen: statistieken tonen hoe een verschuiving heeft plaatsgevonden van industriële en administratieve banen naar werk in de zorg en maatschappelijke ondersteuning. Ik geloof er niks van dat robots ons werkloos gaan maken: oude banen zijn geen banen meer als de computer het ook kan en nieuwe banen zíjn er al voor de mensen die niet mee kunnen; ze worden zelfs betaalbaar door de extra welvaart die robots ons opleveren.
Ik ben faliekant tegen herinvoering van een soort vut zoals onlangs gesuggereerd door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zoiets ontmoedigt betrokkenheid van mensen bij de samenleving en miskent de steeds verdere toename van onze levensduur.

Er zal door robotisering wel een herverdeling van inkomens moeten plaatsvinden, omdat er anders te veel ongelijkheid ontstaat: slecht voor maatschappelijke cohesie, maar ook funest voor de noodzakelijke bestedingen in een economie. Als grote groepen minimale inkomens hebben, produceren die robots spullen die onverkocht blijven. Dus is een progressievere inkomstenbelasting te heroverwegen.

Eén van de belangrijkste thema’s de komende jaren wordt de aanpassing van onze mentaliteit naar een leven lang leren. Het mooie is dat we minder stompzinnige repetitieve dingen hoeven te leren maar ons mogen toeleggen op onze menselijke vaardigheden.

In de woorden van de koning: bij grote uitdagingen moeten we laten zien waar we voor staan.

Een betere toekomst met de robot.