Ferdinand Grapperhaus is hoogleraar Europees arbeidsrecht, Kroonlid van de Sociaal Economische Raad, Partner bij Allen & Overy, vader van vier, voetballiefhebber, ...

Lees meer

Gepost op 18 juli 2016

Kommertijd

Zou er nog zoiets als komkommertijd bestaan? Dat het belangrijkste nieuws is dat er op de markt in de Schildersbuurt in Den Haag een vogelspin is aangetroffen tussen een partij bananen op de markt — wat dan later niet waar blijkt te zijn.
Dat was nieuws in de zomer van 1976, veertig jaar geleden, toen de Koude Oorlog nog volop gedijde.

In die jaren waren er volop staatsgrepen. De laatste geslaagde daarvan in Europa had plaats in Portugal: de Anjerrevolutie van 1974, waarbij de hogere officieren — kolonels en majoors — een coup pleegden om zo het straatarme land naar democratie te brengen. Niet de hóógste officieren. Ik was destijds veertien jaar en mijn vader legde mij uit dat het de kolonels zijn die een staatsgreep moeten leiden. Zij staan immers direct in contact met de kapiteins en luitenants en die voeren de manschappen aan. Geen generaals dus als coupplegers, zoals vorige week in Turkije.

Maar misschien zijn we vorige week wel getuige geweest van het einde van de conventionele staatsgreep. Sociale media zijn effectiever dan tanks en geweren, zo blijkt.

Of moderne media altijd helpen valt te betwijfelen. In Europa waren rond 1976 veel terroristische groepen actief. De Baskische afscheidingsbeweging ETA in Spanje, de IRA in Noord-Ierland, de Rote Armee Fraktion in West-Duitsland en de Rode Brigades in Italië. Maar het waren een andere soort terroristische bewegingen dan de huidige. Zo bestonden de twee laatstgenoemde uit opstandige kinderen uit de burgerij, met rabiate marxistische uitgangspunten. De eerste twee kwamen voort uit een fel streven naar autonomie. Het zijn andere bewegingen dan Isis, dat niet alleen op de fundamentalistische islam is gebouwd. Isis steunt paradoxaal genoeg ook op de ongerichte woede van eenlingen die in de waan leven dat een onmenselijke actie in het hier en nu beloond wordt met toegang tot het paradijs.

Frankrijk bleef in die jaren zeventig grotendeels gespaard voor terreur. Ook na aanslagen door moslimterroristen in de Parijse Rue du Bac in de jaren tachtig, liet het land binnenlandse onderhuidse tegenstellingen verder broeien. Tegelijkertijd verpauperde een deel van de maatschappij en nam de sociale controle af. Vandaag wordt het gewone Franse leven onderdrukt door blinde razernij, die door sociale media wordt aangewakkerd, maar die tanks en geweren niet kunnen voorkomen.

En terwijl de maatschappij de dupe is, profiteren degenen die polariseren. Waar Erdogan gezegd heeft dat de mislukte staatsgreep een 'godsgeschenk' is, omdat hij nu voor altijd met zijn tegenstanders af kan rekenen, is de willekeurige moordaanslag in Nice een geschenk uit de hel voor Marine Le Pen.

Een vogelspin tussen mijn bananen, dat zou een geschenk uit de hemel zijn.

Gepost op 11 juli 2016

De hechte samenleving

aton Rouge, juli 2016. Oproerpolitie tegenover betogers. Een jonge vrouw staat roerloos, kaarsrecht en met onverstoorbare blik tegenover twee, zo lijkt het, terugdeinzende ME-agenten. Zij draagt een prachtige, lange grijszwarte jurk, met bijpassende ballerina’s — de ME-ers zijn gehuld in een driedubbel gewatteerd kogelvrij veiligheidspak, op een soort astronautlaarzen. Zij draagt een hip brilletje en een halsketting, de ME-ers hebben helmen met een gezichtsbeschermend vizier. Achter haar in de verte staan wat toeschouwers. Kort achter de twee ME-ers een bataljon soortgenoten, alsof de Martianen zijn geland.

Zij straalt waardigheid uit en onverzettelijkheid, de ME-ers angst, en vooral: onbegrip: welke idioot gaat hier temidden van rellen rustig stilstaan tegenover de stoottroepen? De foto lijkt inderdaad van een andere planeet. Maar het zou ook een still kunnen zijn uit een apocalyptisch ballet.

Demonstrant wordt aangehouden door de oproerpolitie in Baton Rouge.
Demonstrant wordt aangehouden door de oproerpolitie in Baton Rouge. Foto: Jonathan Bachman/Reuters
Het beeld maakt pijnlijk duidelijk hoezeer bevolkingsgroepen tegenover elkaar kunnen staan. In de Verenigde Staten komen jarenlange onderhuidse spanningen boven, die zijn ontstaan door de volstrekt ongelijke kansen tussen wit en zwart, maar ook ontstaan door voortgewoekerd racisme.

De ongelijkheid is altijd gebleven, maar de afgelopen jaren is de maatschappij ongemerkt sterk gepolariseerd, de opkomst van Donald Trump is daar evenzeer een helder signaal van.

Het grote probleem is dat er nauwelijks meer echte maatschappelijke verbanden zijn die in tijden van polarisatie olie op de golven kunnen gooien. De zogenaamde nieuwe verbanden op internet heten niet voor niets social media: ze zijn louter een middel of faciliteit om te communiceren of contact te maken of een boodschap te verspreiden. Ze dienen geen enkel gemeenschappelijk doel. We hebben dus een maatschappelijk tekort. Maar een tegenbeweging tegen het verder desintegreren van de samenleving vereist een ideologie. En daar schuilt de preutsheid bij politieke partijen en maatschappelijke organisaties: men durft geen motto voor de samenleving te formuleren, uit angst deze of gene groep ontevredenen voor het hoofd te stoten.

Een plan voor de toekomst, daar moeten onze leiders door ons op getoetst worden — niet op hun mening over hypes, deelbelangen of bijzaken, maar op hun onvoorwaardelijke commitment voor de samenleving als geheel. De premier gaf het goede voorbeeld toen hij zich in het kamerdebat over de brexit eindelijk eens ondubbelzinnig pro-EU uitsprak, misschien dat hij nu hetzelfde kan doen over Black Lives Matter.

Al was het maar uit solidariteit met de jonge vrouw uit Baton Rouge. Zij wordt kort nadat de foto is genomen door de twee ME-ers weggesleurd van wat even later een slagveld wordt tussen oproerpolitie en betogers. Ze is een jonge moeder met een zoontje van vijf en zit na vier dagen nog in hechtenis. In een onthechte maatschappij.

Gepost op 04 juli 2016

Toegang tot de arbeidsmarkt

Hij had het over zichzelf afgeroepen, Lodewijk Asscher. Na één jaar al wilde hij zijn Wet Werk en Zekerheid (WWZ) evalueren, bezien of het ontslagstelsel sinds de WWZ beter en eerlijker werkt en vooral, of er minder flexcontracten worden gesloten en er meer doorstroom plaatsvindt van flex naar vast. Dus kregen we vorige week twee wetenschappelijke onderzoeken uit Amsterdam en Rotterdam over ons uitgestort.

 

Over het nieuwe ontslagrecht kunnen we kort zijn: het blijkt niet minder stroperig dan het oude ontslagrecht. Het kost werkgevers door de bank genomen minder, zo lijkt het, want de wettelijke ontslagvergoedingen zijn lager dan de good old kantonrechtersformule. Door de bank, want het grootbedrijf is goedkoper uit, het mkb heeft aanzienlijk meer kosten.

Uit beide onderzoeken blijkt wel dat rechters de werkgever minder snel ontslag van een werknemer willen toestaan, juist omdat ze de ontslagvergoedingen wel erg karig vinden.

De minister reageerde daar omineus op. Hij ging met de rechters praten, want dit kon toch niet de bedoeling zijn. Los van het feit dat de minister daarmee over de schutting van de scheiding der machten wil klimmen, moet hij eerst goed in de spiegel van zijn eigen toelichting op de WWZ kijken. De rechter, aldus de minister bij de parlementaire behandeling, mocht geen hogere vergoeding toekennen, zelfs als de werkgever verwijtbaar had gehandeld bij het ontslag.

Wat de minister zich kennelijk niet gerealiseerd heeft is dat rechters, bij de vraag of een ontslag moet worden toegestaan, ook meewegen wat de financiële — en daarmee maatschappelijke — gevolgen voor de werknemer zijn.

Belangrijker is dat de WWZ niet of nauwelijks tot toename van doorstroming van flexwerk naar vast werk heeft geleid. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) voorspelt gezien de verwachte economische groei voor 2016 en 2017 een toename van 209.000 banen, waarvan 86.000 uitzendbanen en 47.000 banen voor zelfstandigen, dus meer dan de helft van de nieuwe banen zijn flex. En zzp-werk groeit harder dan werknemersbanen.

Een verkeerde ontwikkeling. Het almaar uitbreiden van de flexibele schil leidt er toe dat steeds meer mensen de dupe worden van rondpompen langs de rand van de arbeidsmarkt: ze verschralen qua vaardigheden, en uiteindelijk ook qua betrokkenheid — wat op de middellange termijn evenmin goed is voor werkgevers.

Mijn evaluatie van één jaar WWZ is dat het veel te veel over de uitgang van de arbeidsmarkt is gegaan, en veel te weinig over de ingang. Laten we naar voren kijken. Hoe krijgen we zoveel mogelijk mensen duurzaam, goed verzekerd en op eerlijke maar wél concurrerende voorwaarden aan het werk? Niet door deze WWZ. Kortom, werk aan de winkel.

Gepost op 27 juni 2016

Geen plan, geen referendum

Met de zomervakantie in aantocht keek ik op de lagere school uit naar de Plezier met Sjors. Een speciale uitgave van stripweekblad Sjors, met spannende verhalen en vooral puzzels. Ik kreeg hem zodat ik tijdens de autoreis naar Italië stil was op de achterbank. Mijn favoriete puzzel: zoek de zeven fouten in het plaatje. De Financial Times van maandagochtend lijkt een soortgelijke puzzel, maar dan over dertig bladzijden: zoek de zevenhonderd problemen die door brexit ontstaan in Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Het bizarre is dat al die kwesties van te voren haarscherp waren voorgerekend, of op zijn minst overtuigend voorspeld. Iedereen kon het weten. Ook Boris Johnson, die in zijn Daily Telegraph column van zondagavond doodleuk liegt over de koersval van het pond en het onverminderd voortbestaan van het vrij verkeer tussen het VK en de EU. Wat in deze eerste dagen na de Leave-vote even treurig is, is dat de brexit-bepleiters geen plan hadden — en nog steeds niet hebben. Maar zo mogelijk nog treuriger is het dat de Bremain-aanhangers hen daar in de campagne nauwelijks op hebben afgerekend. Waar allerlei bedrijven en hun adviseurs de afgelopen maanden brexit-survival-kits zijn gaan samenstellen, staken politici in het brexit-kamp hun energie vooral in retorische praatjes en van de Nazi's geleende beeldpropaganda. Zodat er nu na drie dagen nog geen zinnige deeloplossing voor zelfs maar één brexit-consequentie is.

Het klinkt hard, maar voor de EU, en voor iedereen die twijfelt over het nut daarvan, is het wellicht goed om de chaos nu zichtbaar te zien toeslaan. Het toont aan dat de EU wel degelijk vooruitgang opleverde, en de handel niet alleen stroomlijnde maar ook bevorderde. Het laat ook zien dat degenen die terugtrekking uit de EU bepleiten geen plan, nee zelfs geen idee hebben. Nu is dat ook een mer à boire. Niemand kan toch denken dat een ééndimensionale volksraadpleging de samenleving als bij toverslag opnieuw vormgeeft.

Het blijft ongehoord dat een referendum met een binaire vraag decennia van democratische besluitvorming en onderhandelingsresultaten opzij kan zetten. Het is bovendien kiezersbedrog, omdat mensen verworvenheden kwijtraken (vrij verkeer, erkenning van diploma's, om er eens twee te noemen) zonder dat ze dat tevoren in een referendumbijsluiter is verteld.
Een referendum zou alleen mogen als de aanvragers gedetailleerd laten zien wat er moet gebeuren, wat hun plan voor erna is. Geen simpele afbraak zonder goed alternatief.

Een gemeenschappelijke markt is een prachtig schilderij, niet de puzzelversie ervan die je naar believen door elkaar kunt gooien met de kreet: we maken hem opnieuw. Onze eigen politieke leiders moeten dat met verve uitdragen.

Gepost op 20 juni 2016

Little Britain

In 1979 kwam ik voor het eerst op het eiland. Ik vond de kathedralen schitterend, het landschap pastoraal, de mensen gastvrij. Dat het eten onsmakelijk was, wie maalt daar om als je met je gasstelletje en tweepersoonstent in een Fiatje rondrijdt? Maar het leven was schrikbarend armoedig. Overal stakingen, een slecht functionerende industrie, hoge werkloosheid, fletse producten in halflege supermarktschappen. Iedereen reed rond in vijftien jaar oude auto’s en liep in kleren van drie modes geleden. Veel mensen leken ondervoed. In 2016 is er nog steeds schrikbarend veel armoede. In voorsteden van Birmingham en Glasgow staan betonnen townships die de Parijse Banlieu en Brussel-Molenbeek qua naargeestigheid overtreffen.

Het Verenigd Koninkrijk kan zijn problemen niet alleen aan. Verwijzingen naar historisch succesvolle eigenheimerij gaan niet meer op. Het gaat niet meer om statistieken over wel of geen toename van het toekomstig nationaal inkomen met of zonder Europese Unie. In een globaliserende economie kan niemand zich isoleren. De wereld zit niet meer te wachten op een voormalig imperium. Zonder bilaterale bereidheid mogen de Britten bij veel handelsunies een nummertje trekken. Ze zullen hun prominente plaats als innovatieve economie binnen een decennium kwijtraken. Want al die alternatieve samenwerkingsverdragen (het Noorse model, het Zwitserse model) vereisen een vrij verkeer van personen, zodat de stroom van wanhopigen uit nog armere derdewereldlanden niet zal afnemen, terwijl ondertussen een tegenstroom van talentrijken ontstaat die het land juist verlaten. Ik voorspel bij een brexit in de vrij nabije toekomst een Klein-Brittannië, dat zich steeds meer in zichzelf, op zijn eiland terugtrekt.

De moord op Jo Cox laat ondertussen zien dat wij Europeanen, eilandbewoners en continentalen, de geesten van paranoïde onverdraagzaamheid niet in de fles krijgen door aan populistische onzineisen toe te geven.

De EU is destijds onder druk van de — toen beschaafde — Amerikanen opgericht, zodat we zouden ophouden elkaar de hersens in te slaan in Europa, bakermat van de westerse beschaving tenslotte, en gemeenschappelijke doelen zoals handel, welvaart en sociale zekerheid zouden nastreven. Daar moeten we mee doorgaan, zonder in xenofobe zwakte te vervallen vanwege een op de totale bevolking gering aantal vluchtelingen. Dat moeten de Britten ook doen.

Op de avond van het referendum gaan mijn kinderen in de Johan Cruijff Arena naar het concert van Coldplay. Ik hoop dat hun Us against the world niet het anthem van die avond wordt: ‘Oh morning, come bursting the ­clouds amen, lift off this blindfold let me see again, bring back the water let your ships roll in, in my heart she left a hole.’ Ik zal de Britten met weemoed uitzwaaien.

Gepost op 13 juni 2016

Zero Tolerance

Kort geleden ging ‘Strike a Pose’ in première, een documentaire over zeven dansers die in 1990 met Madonna de legendarische Blond Ambition Tour maakten. Zeven mannen, nu eind veertig, toen net twintig, zes van hen homo, één hetero die niets op had met homo’s. Twee dansers verhulden in die tijd dat ze HIV-virus drager waren. Uit angst voor verstoting. Die wereldtoernee van Madonna was vooral spraakmakend omdat de homo-emancipatie aan de orde werd gesteld. Onontkoombaar en indringend, maar wel op vrolijke discodreunen, waardoor het als een — terechte — vanzelfsprekendheid werd gebracht, ook tijdens concerten in landen waar in 1990 geen enkele tolerantie voor homo’s bestond. Misschien dat de toernee daarom hier in West-Europa niet echt als schokkend werd ervaren. Wij waren destijds al zo ruimdenkend, nietwaar.

Niet meer. Het geweld tegen homoseksuelen en lesbiennes is in Nederland de afgelopen jaren sterk toegenomen. Er waren steeds meer meldingen van ernstige incidenten. Racisme is nog altijd nummer één als het gaat om meldingen over discriminatie, maar daarna komt discriminatie op grond van seksuele oriëntatie. Vaker bijvoorbeeld dan religieuze discriminatie. Dat is ons land.

Het is bepaald niet beter in the Home of the Brave, Land of the Free. Ruim 20% van de meldingen van discriminatie in de VS was in 2011 gericht tegen homo’s en lesbiennes.

In de VS kan elke gek met vooroordelen een geweer aanschaffen en in het rond schietend zijn geschifte frustraties uitleven.

Dat de Amerikanen er niet aan willen om het vrije wapenbezit volledig aan banden te leggen zorgt op den duur voor een totale ontwrichting van hun maatschappij. Uiteindelijk verdwijnt iedereen achter muren met prikkeldraad en camerasystemen en bewegen de welgestelden zich alleen nog maar van reservaat (zwaar beveiligd condominium) naar reservaat (streng bewaakte werkplek).

Wij hebben godzijdank geen vrij wapenbezit. Maar in wezen gaat het daar niet over. Het gaat over de ruimte die bekrompen geesten krijgen om ons hun intolerante wereldbeeld in het gezicht te duwen, zich ondertussen zelf verschuilend achter democratie en rechtsstaat. Wie de voorkeur of geaardheid van een ander niet respecteert, moet dat worden geleerd. Wie dat niet wil leren, mag wat mij betreft zijn burgerrechten inleveren.

In de slotscène van ‘Strike a Pose’ komen de zes dansers die nog leven voor het eerst in jaren bij elkaar. Het is een hoopvolle scène, die duidelijk maakt dat ze uiteindelijk bevrijd zijn van hun angst en schaamte, dankbaar voor hun emancipatie, ook al heeft die lang geduurd. De ontdekking van jezelf, niet meer en niet minder. En niemand die je dat met of zonder geweer of geweld mag afnemen. Nooit.

Gepost op 06 juni 2016

Ethisch profileren

In een droogkomisch liedje op zijn nieuwste plaat beschrijft Paul Simon hoe hij zijn eigen concert niet meer binnenkomt nadat hij per ongeluk, wanneer hij even een sigaretje gaat roken, de stagedoor achter zich in het slot heeft laten vallen. Wat hij ook doet, de concertbeveiliging laat hem niet meer binnen: hij heeft geen polsbandje om. You gotta have a wristband, man.

Het is een Kafka-variant: je bent ineens buitenstaander terwijl je er altijd bij hoorde. Iets soortgelijks moet het zijn als je wordt aangehouden zonder dat je iets hebt gedaan, maar je behoort tot een bevolkingsgroep waartoe plaatselijk relatief veel criminelen behoren.

Nogal wat zelfbenoemde intellectuelen vonden de laatste weken dat dat moet kunnen. Etnisch profileren is volstrekt logisch, zo lees ik her en der. Ervaringskennis laat nu eenmaal bepaalde criminaliteitspatronen zien bij sommige etnische groepen. Dit soort denken staat haaks op het recht.

Het aanhouden van mensen op grond van huidskleur of etnisch-specifieke kenmerken is discriminatie. Wie dat niet gelooft, lees het Handvest van de Verenigde Naties. Voor dit soort directe discriminatie is geen objectieve rechtvaardiging toegestaan. Dat mag alleen bij indirecte discriminatie. Een voorbeeld: stel, het is een ervaringsfeit dat in hagelwitte SUV’s vaak drugs en wapens worden gesmokkeld. Dan mag je niet in een stad alleen mensen met een donkere huidskleur in een hagelwitte SUV aanhouden, al hebben die in de betreffende stad hogere criminaliteitscijfers. Dat is discriminatie of — zo u wilt — racisme. Je mag wel alle mensen met een hagelwitte SUV aanhouden. Als dat dan overwegend mensen met een donkere huidskleur blijken te zijn is dat weliswaar indirecte discriminatie, maar je hebt een objectieve rechtvaardiging. Je hield namelijk hagelwitte SUV’s aan, ongeacht wie bestuurde.

Ook al hebben nog zo veel mensen van mijn huidskleur, geloofsrichting of seksuele voorkeur, misdaden gepleegd, er is geen enkele rechtvaardiging om mij daarom aan te houden. Zelfs als de politie op grond van ervaringskennis of criminaliteitspatronen van migrantengroepen vaker terecht iemand staande houdt, wordt het aantal onterecht staande gehouden personen met dezelfde kenmerken daarmee ook onaanvaardbaar hoog. Een praktisch argument is dat dit soort acties bij uitstek leidt tot meer escalatie tussen bevolkingsgroepen.

Een laatste punt, dat losstaat van discriminatie. Wij hebben altijd een open samenleving gehad. Er is geen aanleiding om mensen af te zonderen — want dat doe je als politie met staande houden en aanhouding — die als persoon geen enkele aanleiding voor ingrijpen geven. Ik vind dat onethisch en het is opsporingsgemakzucht.

Ik wil geen maatschappij waarin we etnisch bepaalde polsbandjes moeten dragen om politiecontrole door te komen.

Gepost op 30 mei 2016

Sycofanten in Nederland

In het oude Athene — we hebben het over de vijfde eeuw voor Christus — bestonden geen openbare aanklagers. Daarom verordonneerde alleenheerser Solon dat elke burger een overtreder kon vervolgen en voor de rechter brengen. Het bleek een profijtelijk systeem, maar slecht controleerbaar. Zo ontstond het begrip sycofant: de benaming voor een persoon die het recht van iedere Atheense burger om een medeburger aan te klagen misbruikte om zichzelf te verrijken of om persoonlijke of politieke tegenstanders onschadelijk te maken. Sycofantie ontwikkelde zich steeds meer tot een politiek wapen.

Zo belanden we in de eerste eeuw voor Christus: Quintus Tullius Cicero, jongere broer van die bekende Cicero, noemt sycofanten in zijn pamflet ‘Hoe wint men verkiezingen’ een belangrijk wapen, onder het motto: belaster je tegenstander bij elke gelegenheid.

Een sprong naar de eenentwintigste eeuw, de sycofanten zijn onder ons. Het zijn de mensen die Sylvana Simons verdacht maken — zonder inhoudelijk op haar in te gaan. Maar het zijn evenzeer de twee Kamerleden van Turkse afkomst van Denk, die op hun website foto’s en namen plaatsten van andere Kamerleden van Turkse afkomst, die vóór een motie hadden gestemd om de Armeense genocide als zodanig te erkennen.

Sycofanten zijn ook de extreem-rechtse muiters die een inspraakavond over een AZC in Geldermalsen verstoorden. Terecht vervolgt het Openbaar Ministerie ze voor het met geweld of bedreiging uiteenjagen van een gemeenteraadsvergadering.

Sycofanten zijn ook mensen die, zonder de moeite te nemen een debat te voeren, met schelden en tieren in online-krantjes politici belasteren die vluchtelingenbeleid of EU verdedigen.

Het bizarre is dat nieuwsmedia onevenredig aandacht geven aan sycofanten. Zo wordt een ongefundeerde beschuldiging al gauw een rel, en dat levert makkelijke televisie en vette krantenkoppen op. De hoogste baas van CNN gaf onlangs ruiterlijk toe dat Trump een zegen was voor de kijkcijfers. De praatprogramma’s van onze publieke omroep wekken de indruk hetzelfde te werken. Het is de bittere observatie van Gerard Reve in zijn gedicht over Zuster Immaculata: ‘elke ongewassen aap die met een bord: dat hij vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert, ziet ’s avonds reeds zijn smoel op de tee vee’.

In Duitsland toetsen serieuze media vooraf of iemand die een bepaalde mening verkondigt zich ook echt in de materie verdiept heeft — anders krijgt hij geen toegang tot kijkers en lezers.

Zou het misschien mogelijk zijn dat we dat hier ook eens gaan doen? Het lijkt me voor alle kiesgerechtigden nuttig om politici aan het woord te horen die in fatsoenlijk Nederlands kunnen argumenteren — en niet alleen maar de equivalenten van de Enge Buren Partij van Koot en Bie.

Gepost op 23 mei 2016

Moderniseer het collectieve gevoel

Het is wat, een partij die Denk heet en ondertussen kritiekloos ten opzichte van een onderdrukkend regime staat. Zelf heb ik niets met splinterpartijen, wat mij betreft komt er snel een kiesdrempel van vijf procent.

Misschien komt dat uit de tijd dat wij als Haagse schooljongetjes langs moesten gaan bij de Tweede Kamerfracties voor een werkstuk over de verkiezingen. Twaalf jaar was ik, ik vond al die partijen indrukwekkend, allemaal een heldere maatschappij voor ogen, ook de CPN, behalve één kamerlid: Boer Koekkoek, van de Boerenpartij. Alles wat hij zei ging over eigenbelang. Zelfs voor ons was duidelijk: een idioot die het nooit voor het zeggen mag krijgen.

Coalities hebben dat in Nederland voorkomen, maar het wordt steeds moeilijker. En de maatschappij, zij versplinterde voort. Ook op de arbeidsmarkt. Collectiviteiten brokkelen steeds meer af, iedereen wil zijn eigen individuele pensioen, zijn eigen (deel)werktijden en het liefst ook op de persoon toegespitst loon en arbeidsvoorwaarden. De cao past niet meer, zegt een deskundige in de krant. Hij pleit impliciet voor afschaffing ervan. Ik zie dat anders. Juist de cao geeft de werkgever een enorme transactiewinst: hij hoeft niet met al zijn medewerkers afzonderlijk te onderhandelen. En de werknemer weet op haar beurt waar zij aan toe is. Zij hoeft niet angstig op de afdeling om zich heen te kijken, omdat haar collega’s wellicht minder of, nog gevaarlijker, meer verdienen dan zij.

Moderne, zogenaamde cafetaria-cao’s bieden veel soelaas. Daarin zijn keuzepakketten mogelijk, van geld voor kinderopvang tot een bijdrage aan de milieuvriendelijke leaseauto. De cao zorgde bovendien in Nederland in tijden van crisis voor een gematigde loonstijging.

Nee, aan de cao ligt het niet. Wat er gebeurt als er geen collectieve arrangementen zijn geregeld, laat het grote cohort onverzekerde of onderverzekerde zzp-ers zien. Individuele vrijheid en blijheid zijn mooi, totdat je arbeidsongeschikt wordt of een tijd zonder opdrachten zit.

Het gaat niet om het instrument, het gaat om het moderniseren van het collectieve gevoel. Het terugkrijgen van de overtuiging dat we samen sterker staan. Dat laat je zien door het eenvoudig inzichtelijk maken van de lange termijn. Dat is eenvoudig te doen, bijvoorbeeld met een app die uitrekent wat een pensioenverhoging straks in plaats van loonstijging nu oplevert. Of modellen die laten zien wat de kansen van verschillende medewerkers op promotie of misschien wel elders op de arbeidsmarkt zijn. Of een groepsapp waar mensen hun ervaringen met discriminatie op de werkvloer kunnen melden. Juist daar moeten belangenorganisaties als vakbonden zich onderscheiden: collectiviteit modern en toegankelijk maken. Daar zou Denk voor moeten staan. Denken aan collectiviteit, niet aan versplintering.

Gepost op 16 mei 2016

Het ongelijke EU-speelveld

In het pro/contra debat over de Europese Unie zijn ze in het Verenigd Koninkrijk inmiddels bij de grootse en meeslepende woorden beland.

Zo kon David Cameron de verleiding niet weerstaan om Winston Churchill als een voorouderlijke geest aan te roepen, omdat hij altijd een warm voorstander van Europese samenwerking was geweest.

In betrekkelijke zin dan, want wie Churchill en de Nederlanders van Oebele de Jong gelezen heeft, weet dat hij ons maar een bekrompen volk vond. Zoals wij het nog altijd over het Perfide Albion hebben, de Beatles en Monty Python ten spijt. Over Europese eenheid gesproken.

Nee, dan Boris Johnson, de oud-burgemeester van Londen. Hij vergeleek zijn Brexit-streven met de heroïsche strijd die de Oude Grieken tegen de Perzen voerden bij Marathon. Hij vertelde er alleen niet bij dat de Grieken pas tien jaar later hun vrijheid heroverden, bij de slag om Salamis.

Zelf zie ik bij het denken aan de EU meer parallellen met een regenachtige zondagmiddag, waar je bij het Rondje Langs de Velden tijdens Langs de Lijn constateert dat je eigen club het slecht, en de concurrenten het juist goed doen.

Even kort: in Spanje en Griekenland worden de EU-hervormingsdoelen wéér niet gehaald, in Portugal draait de nieuwe socialistische regering stilaan hervormingen terug, in Frankrijk en Italië is er traditiegetrouw oproer en verzet tegen het doorvoeren van flexibilisering op de arbeidsmarkt. En in de EU zelf dreigt het voorstel te sneuvelen voor gelijke beloning en arbeidsvoorwaarden voor tijdelijke arbeidskrachten uit andere EU-landen.

Laat dat laatste nu een uiting zijn van waar het in de EU tussen lidstaten aan schort: het zogenaamde gelijke speelveld. Wij kunnen wel vinden dat sprake is van verdringing op onze arbeidsmarkt door goedkope Oost-Europese werkkrachten, maar als die hun lagere loon mee terugnemen naar een lidstaat met een lager welvaartsniveau en beduidend slechtere collectieve voorzieningen, wat is daar dan op tegen? Is dat uitbuiting, of is dat een inhaalslag? We exporteren ons ondertussen suf naar diezelfde Oost-Europese lidstaten, en we gebruiken ze ook nog eens als buffer tegen de Gevaarlijke Russische Beer.

Zo komen we nooit naar des Pudels Kern. Het debat over de mogelijke exit van een lidstaat uit de EU moet gaan over de vraag of meer Europese eenheid leidt tot meer vooruitgang voor iedereen. Dus inclusief de vraag wat beter is om meer banen en meer welvaart te creëren voor 'onze eigen mensen'.

Welnu, ik ben er van overtuigd dat alle inkomensgroepen en bevolkingsklassen het meeste profijt hebben van Europese samenwerking, al was het maar door efficiency-effecten daarvan en het uiteindelijk tot stand komende gelijke speelveld. Dat laatste prefereer ik in elk geval boven de verschroeide aarde van de verkiezingsretoriek.